Mechelen: donderdag, 25 juni 2026
Na de Tweede Wereldoorlog toen nogal wat ontslagen, mutaties etc... werden uitgevoerd ingevolge de werking van een speciale onderzoekscommissie, werden er verschillende officieren verdacht van collaboratie.
Men kwam men tot het besef dat een korps alleen bestaande uit vrijwilligers, voor een stad als Mechelen geen optie meer was.
De stad beschikt op dat moment over een gemengd brandweerkorps, een vaste
bestendige kern van 19 man en 34 vrijwilligers.
De heer Jozef Thues trad als bevelhebber in dienst op 15 november 1950. Zijn aanstelling werd bekrachtigd door de gouverneur op 21 oktober 1950 dit in vervanging van de heer Emiel De Coster die waarnemend bevelhebber was.
De officieren Peeters en Wijnants werden bij KB van 5 maart 1951 door de gouverneur van de Provincie Antwerpen tot onderluitenant benoemd.
Jaarverslag 1950
Het volgende materieel werd aangekocht:
Vóór 15 november 1950 oefende de bestendige kern enkel sporadisch.
Vanaf 21 november 1950 tot en met 21 december 1950 werd er in totaal 86 uren geoefend en werd er 57 uren theorieles gegeven.
In de loop van 1951 werden er aan de bestendige wacht 378 uren oefeningen en 77 uren theorieles gegeven.
Met een reorganisatie in het vooruitzicht, konden de vrijwilligers niet oefenden, ze kregen ook geen theorielessen.
In 1950 waren er 57 meldingen in de stad waaronder; 36 branden, 11 schouwbranden en 5 valse alrmen.
Buiten de stad waren er 5 branden, waaronder: 1 te Zemst, 1 in Elewijt, 1 in Hombeek, 1 in Heffen en 1 in Willebroek.
Er waren 10 oproepen voor hulpbiedingen bij een ongeval.
De volgende inkomsten werden ingeschreven:
In uitvoering van art.5 van het KB van 15 maart 1935 is Mechelen het centrum van een gewestelijke groep. Dit had tot gevolg dat er heel wat noodoproepen verwerkt werden waaronder:
Vergadering van het college op 28 ferbuari 1951
Tijdens deze vergadering wordt de dienstverbintenis van de heren Cluytens Eduard, De Vroe Louis, Op de Beeck Florent, Van der Pluym Leopold en Jacobs Jozef opgezegd. De Vroe Louis wordt op 1 april 1951 echter terug in vast dienstverband aangesteld als korporaal.
De commandant had het recht een straf door een officier voorgesteld te wijzigen of zelfs in te trekken. Indien bleek dat de opgelegde straf te groot was, zal men er bij de meerdere die de straf heeft opgelegd, op aandringen deze te verminderen.
De manschappen die een straf hadden gekregen moesten in werkkledij zijn en moesten de zwaarste karweien doen. Zij mochten in geen geval buiten de kazerne gezonden worden, enkel wanneer het zeer noodzakelijk was, bij een grote brand of ramp, of wanneer alle brandweerlieden werden opgeroepen.
Copyright - 2026 - Designed by DiLuc - Hosting Combell